De Bouvier des Flandres werd vroeger vooral gebruikt om de melkkar te trekken en als veedrijver. Zijn naam is trouwens een afgeleide van het woord “boeufs”, wat verwijst naar de koeien die naar het slachthuis gedreven moesten worden. Omdat deze hond zijn oorsprong gekend heeft in Vlaanderen, ook in het Franstalige gedeelte, sprak men dikwijls van de Vlaamse Koehond. De Bouvier is naar alle waarschijnlijkheid ontstaan uit de Picardische herdershond, de ruwharige Belgische herdershond en mastiffachtige honden, waarbij we aan de Matin Belge denken.

In 1919 werd de eerste tentoonstelling gehouden waaraan de eerste Bouviers deelnamen. Na de tweede wereldoorlog werd de Vlaamse Boever niet meer zozeer ingezet als koehond, maar wel als verdedigingshond, douanehond, politiehond of waakhond.

Pas in 1922 werd het ras erkend door de Fédération Cynologique Internationale en kon er een eenduidige rasstandaard bepaald worden voor de Vlaamse Koehond